Nieuwsbericht | | 16-12-2020 | ±3 minuten leestijd

Sri Lanka heeft maar liefst 22 nationale parken. De parken zijn erg geliefd onder toeristen. In deze natuurgebieden vindt men allerlei diersoorten, van krokodillen tot olifanten en luipaarden. De overheid steekt veel geld en energie in het onderhouden van deze parken, met als resultaat dat Sri Lanka enkele van de mooiste nationale parken ter wereld heeft.

Voorbereidingen voor een reis naar Sri Lanka

Sri Lanka is een populaire reisbestemming voor toeristen van over de hele wereld, die vaak vooral naar het land reizen om te genieten van de prachtige natuur. Wanneer men een nationaal park bezoekt, brengt men natuurlijk veel tijd buiten door. De beste tijd voor een bezoek aan Sri Lanka’s nationale parken is dan ook tussen december en maart, aangezien het dan minder regent. In tegenstelling tot de winters in het westen is de temperatuur in Sri Lanka tijdens deze maanden aangenaam en schijnt de zon volop.

Omdat men bij een bezoek aan een nationaal park zoveel tijd buiten doorbrengt, is het verstandig u goed te beschermen tegen insecten, en vooral tegen muggen. Zij kunnen (dodelijke) ziektes overdragen, zeker als men niet goed gevaccineerd is. Simpele manieren waarop men zich kan beschermen zijn het dragen van lange mouwen en broekspijpen, en het gebruik van een beschermend middel zoals DEET.

Bovendien moet men niet vergeten om voor vertrek het visum Sri Lanka aan te vragen. Het visum komt in drie soorten; voor zakenreizen, voor toerisme en voor doorreizen. Voor reizigers die minder dan 30 dagen in Sri Lanka willen verblijven kan de visumaanvraag online worden ingediend. Er hoeft dan geen bezoek aan de ambassade te worden gebracht. Om dit digitale visum aan te vragen moet men een paspoort hebben dat nog minimaal 6 maanden geldig is na aankomst in Sri Lanka.

Als alle voorbereidingen zijn getroffen staat niets meer in de weg van een bezoek aan Sri Lanka’s prachtige nationale parken!

1: Yala National Park

Vrijwel iedereen is het er over eens dat Yala National Park het beste natuurgebied in Sri Lanka is. Het is in ieder geval het meest bekende nationale park. Yala staat in het bijzonder bekend om de grote hoeveelheden luipaarden die er te vinden zijn, waardoor het de bijnaam “land van het luipaard” heeft gekregen. Yala National Park is onderverdeeld in zones waar verschillende soorten dieren te zien zijn. Omdat Yala zo groot is wordt het sterk aangeraden om een gids mee te nemen.

2: Udawalawe National Park

Voor reizigers die graag een olifant van dichtbij willen zien is Udawalawe de beste plek. Het heeft een van de grootste populaties van olifanten ter wereld, namelijk meer dan 500. Om de zoveel kilometer vindt men er wel een, en vaak zelfs hele families. Hoewel er niet veel andere zoogdieren te vinden zijn in Udawalawe, zijn er wel verschillende zeldzame vogelsoorten te zien, zoals de Indische slangenarend.

3: Bundala National Park

Als Yala het land van de luipaarden is, dan is Bundala National Park het land van de vogels. In Bundala vindt men een enorm aantal verschillende vogelsoorten. De reden hiervoor is dat deze regio een belangrijke overwinteringsplek is voor vogels over de hele wereld. De flamboyante flamingo is een van de populairste bezienswaardigheden. Bundala bestaat grotendeels uit moerasland. Er zijn hier ook andere diersoorten te vinden, zoals krokodillen.

4: Horton Plains National Park

In de heuvels van Sri Lanka vindt men Horton Plains. Dit nationale park bevindt zich op 2300 meter hoogte, op het hoogste plateau van Sri Lanka. Er zijn hier relatief weinig diersoorten te vinden en het hoogtepunt van Horton Plains is dan ook het prachtige uitzicht. Het gebied is omringd door nevelwoud, en de meest uiteenlopende plantensoorten groeien hier. In Horton Plains vindt men ook de hoogste waterval van Sri Lanka: Bambarakanda Falls.

5: Wasgamuwa National Park

Voor wandelaars heeft Sri Lanka een speciaal park: Wasgamuwa. In tegenstelling tot Bundala zijn deze laaglanden heel droog en dus uitstekend om in te wandelen. Net als in Udawalawe zijn ook hier veel olifanten te vinden. Er zijn hier ook vrij grote hoogteverschillen; sommige paden klimmen tot wel 500 meter hoog. Zelfs ervaren wandelaars worstelen hier soms mee. Wees goed voorbereid, en neem voldoende water mee.